Singer Songwriter

Altijd al ideeën gehad voor een songtekst? Dan is deze optie de mogelijkheid om hem uit te werken. Je gaat dus een eigen tekst schrijven over eigen gekozen akkoorden. Het lied mag serieus zijn, maar kan bijvoorbeeld ook carnavalskraker worden. Dit doe je in een groepje van 4/5 personen. In dit groepje kies je een onderwerp en ruw idee waarmee je aan de slag gaat. Deze keuzes geef je door aan je docent.

Wat is een singer-songwriter?

Een singer-songwriter is een muzikant die zijn of haar eigen liedjes schrijft en zingt. Hun nummers zijn meestal te plaatsen in het genre folk en/of pop. Ook begeleiden ze zichzelf vaak op een akoestische gitaar, accordeon of piano. Je zou singer-songwriters de troubadours van het heden kunnen noemen. Ook hun teksten gingen meestal over maatschappelijke problemen en protest, gevoelsleven en mystiek. Heel veel van de bekende artiesten schrijven echter niet hun eigen teksten. Zij hebben daar een team voor. Soms worden nummers ook ingekocht. Een plek waar veel nummers worden geschreven is Zweden. Vanuit daar worden nummers de hele wereld over geëxporteerd, terwijl de schrijvers van de nummers zelf nauwelijks op het podium terecht komen.

Voorbeelden van singer-songwriters

  • Judy Blank

  • Boudewijn de groot

  • Ed Sheeran

  • Adele

  • Sam Smith

Muzikanten die niet zelf nummers schrijven

  • Marco Borsato

  • Justin Bieber

    • Love yourself (geschreven door Ed Sheeran)

Het schrijven van een tekst

Er zijn heel veel manieren om met het schrijven van een lied te beginnen. Zo kan je beginnen met het bedenken van een titel, een onderwerp, een akkoordprogressie of bijvoorbeeld een emotie. Maar om een lied te maken die je leuk, mooi of interressant vind heb je zeker een goede tekst nodig.

Een vaak gebruikte manier om te beginnen is door het bedenken van een titel. Beginnen met een titel kan je nummer gefocust op het onderwerp houden, ideeën suggereren om verder te gaan en het algemene emotionele gevoel bepalen.

Er is geen twijfel over mogelijk dat veel titels al eens in nummers gebruikt zijn. Gelukkig kan een titel kan niet auteursrechtelijk beschermd zijn, waardoor je op deze stap nog geen rechtzaak aan je broek kan krijgen. De uitdaging is om iets te bedenken dat uniek is voor jou in de tekst, een nieuw inzicht, iets origineels om over de titel te zeggen.

Een onderwerp is ook goed om mee te beginnen. Het geeft een algemeen idee van waar je over wilt schrijven. Soms is het een emotionele situatie die je hebt meegemaakt. Of het kan een scène uit een televisieserie of film zijn. Soms komt een idee tot je in een uitbarsting van inspiratie. Hier zijn enkele van de universele thema's die steeds weer voorkomen in liedjes, romans, poëzie en schilderijen.

LIEFDE RELATIES: Verliefd worden, liefdesverdriet, verlangen naar liefde, ziek van liefde, liefde nodig hebben, verliefd zijn.

LEVEN & ZELF: Opgroeien, onafhankelijk worden, rebelleren, feesten, ontdekken wie je bent, obstakels overwinnen, uitdagingen aangaan.

FAMILIE & VRIENDSCHAPPEN: Familiebanden, feesten, conflicten.

SAMENLEVING: Onrecht herstellen, culturele barrières overschrijden, vervreemding, eenheid, oorlog, sociaal protest, religie.

Wanneer je een titel en onderwerp hebt gekozen kan je beginnen met het schetsen van een idee. Dit kan je ookwel als een routekaart zien. Een lied is als een reis. De luisteraar begint op de ene plaats en eindigt op een andere. Ze weten niets als het nummer begint. Wat wil je dat ze aan het einde weten? Wat wil je precies vertellen? in welke volgorde ga je dat doen? Hieronder volgen 3 voorbeelden / ontwikkelingspaden die jij en je luisteraar kunnen afleggen. Wees niet bang om van deze volgorde af te stappen, of om bijvoorbeeld een extra verse (couplet) toe te voegen.

1. Verse 1: Dit is het probleem.
Chorus: Dit is hoe ik erover denk.
Verse 2: Dit is wat ik eraan probeerde te doen.
Chorus: Dit is hoe ik erover denk.
Bridge: Wat ik hoop dat er zal gebeuren is dit.
Chorus: Dit is hoe ik erover denk.

2. Verse 1: Laat me je vertellen over een persoon die ik ken
Chorus: Zo voelt het om in de buurt van deze persoon te zijn
Verse 2: Dit is wat ze zeiden of deden dat me raakte
Chorus: Zo voelt het om in de buurt van deze persoon te zijn
Bridge: Dit is wat ik waardeer aan deze persoon
Chorus: Zo voelt het om in de buurt van deze persoon te zijn

3. Verse 1: Ik waagde een kans
Chorus: Nu is mijn leven veranderd
Verse 2: Ik heb alles op het spel gezet voor geluk
Chorus: Nu is mijn leven veranderd
Bridge: het was het waard
Chorus: Nu is mijn leven veranderd

Nu dit staat kan je beginnen met het uitwerken van de tekst. Let op! het refrein (Chorus) is telkens hetzelfde. Alle coupleten (verse) hebben een andere tekst, maar gebruiken hetzelfde ritme, dezelfde akkoorden en dezelfde melodieën als andere coupletten. Laat deze coupletten dan ook op elkaar lijken. De bridge daarentegen is iets heel anders dan wat er tot nu toe was geweest, maar leid wel altijd weer naar het originele refrein toe.

Emotie

Wanneer je bezig gaat met akkoorden is het handig om eerst de emotie van het lied te bepalen. Dit zal je helpen om vooraf goede keuzes te maken. Later lees je nog over majeur en mineur, maar emotie kan op veel meer manier verwerkt worden in muziek. Een heel verdrietig lied op een hoog tempo, met een vrolijk melodietje zingen kan al snel wat vreemd aanvoelen.

Er is op meerdere vlakken onderscheid te maken tussen hoe we emotie naast het gebruik van tekst in muziek kunnen verwerken. Dit noemen we muzikale parameters. Oftewel, hoe we de emotie kunnen verklanken. Hieronder zie je de meest gangbare vergelijkingen.

Vrolijke muziek

  • De muziek heeft een snel tot matig tempo

  • De muziek heeft een druk ritme (er gebeurt veel)

  • De muziek klinkt opgewekt en enthousiast

  • De muziek bevat veel korte noten en lijnen

  • De muziek heeft een majeur toonsoort

Minder vrolijke muziek

  • De muziek heeft een matig tot lanzaam tempo

  • De muziek heeft een rustig ritme (er gebeurt niet zo veel)

  • De muziek klinkt relaxed en terughoudend

  • De muziek bevat veel lange noten en lijnen (uitgesmeerd)

  • De muziek heeft een mineur toonsoort

Akkoorden

Bij de vorige opdracht hebben we geleerd hoe akkoorden in elkaar zitten en hoe je ze moet uitvoeren. Nu is het tijd voor wat nieuws. Jullie gaan namelijk zelf een akkoordprogressie bedenken. Wanneer je meerdere akkoorden achter elkaar zet, dan heet dat een akkoordprogressie. Akkoordprogressies worden vaak gebruikt in de popmuziek, in veel gevallen zijn het 4 akkoorden welke zich de hele tijd herhalen. Akkoordprogressies zijn een universele tool voor het maken van melodieën, omdat ze in verschillende stijlen kunnen worden gebruikt.

Een majeur of mineur toonsoort?

Moet het lied vrolijk of wat minder vrolijk gaan klinken? Zoals al vaker is besproken kan je een stuk muziek makkelijker vrolijk laten klinken door een majeur toonsoort te kiezen en makkelijker wat sad laten klinken door een mineur toonsoort te kiezen.

Muzikale trappen

Als we het hebben over muzikale trappen, praten we over akkoorden. In een bepaalde toonsoort kan je gebruik maken van 7 verschillende tonen. Bestaande uit hele en halve stapjes tussen de noten. Deze stapjes zijn bij majeur anders dan mij mineur, hierdoor klinken de toonsoorten anders.

De trappen van een toonsoort geven we aan aan de hand van de romeinse cijfers I, II, III, IV, V, VI, VII. Elk cijfer staat voor een bepaalde noot uit de toonsoort. Als we bijvoorbeeld denken in C majeur, dan gebruiken we de noten C, D, E, F, G, A en B. Doordat we bij deze toonsoort alleen witten toetsen mogen gebruiken (er zitten geen mollen of kruizen in de toonladder) spelen we soms majeur en soms mineur akkoorden.

Dit is voor elke Majeur toonsoort hetzelfde. I = majeur, II = mineur, III = mineur, IV = majeur, V = majeur, VI = mineur, VII = verminderd (deze hoeven jullie niet te weten of te gebruiken).

Nou zal dit jullie nog weinig zeggen, maar in het onderstaande schema's kun je zien welke akkoorden bij deze trappen horen. Als je een toonsoort kiest om in te schrijven, kan je vervolgens de akkoorden zien waar je uit kan kiezen. het schema hieronder is heel erg uitgekleed en slechts beperkt tot makkelijke toonsoorten. Wil je een stap verder of past de toonsoort niet bij je? dan kan je via de blauwe knop onder de afbeelding naar het complete overzicht.

De meest gebruikte majeur akkoordenreeks in de popmuziek is I – V – VI – IV. Deze akkoorden klinken goed in elke volgorde! je mag deze gebruiken of zelf wat bedenken, maar maak het jezelf niet te lastig en maak alleen gebruik van deze trappen. Begin op trap I, en bepaal daarna je eigen volgorde. Eventueel kan je ook II nog toevoegen. Luister wat goed klinkt. Kijk of je de akkoorden 4 of 8 tellen wilt laten klinken.

Voor de mineurtoonsoort is het anders. Daar geldt I = mineur, II = verminderd (deze hoeven jullie niet te weten of te gebruiken) III = majeur, IV = mineur, V = mineur, VI = majeur, VII = majeur. Het schema begint hier met Am (A mineur), omdat deze dezelde noten gebruikt als de toonsoort C. Dus alleen maar witte toetsen.

De meest gebruikte mineur akkoordenreeks in de popmuziek is I – VI – III – VII. Ook deze akkoorden klinken goed in elke volgorde! je mag deze gebruiken of zelf wat bedenken, maar maak het jezelf niet te lastig en maak alleen gebruik van deze trappen. Begin op trap I, en bepaal daarna je eigen volgorde.

Melodie

Nadat je akkoorden hebt gekozen, kan je op zoek naar een passende melodie. Houd hierbij altijd de muzikale parameters, welke bij het kopje emoties zijn gegeven, in het achterhoofd. De noten waar je uit kan kiezen zijn de noten welke in de toonsoort passen. Dus alle noten die in de gebruikte akkoorden zitten. Begin altijd op een toon die in het eerste akkoord past! (dus welke je speelt op de piano) Maak in je melodie ook geen grote sprongen, maar werk met stijgende en of dalende lijnen.

Het beste kan je beginnen door de natuurlijke melodie van de spraak te volgen: Herhaal je tekstregels een paar keer met VEEL emotie. Hoe emotioneler je bent, hoe melodieuzer je spreekstem wordt. Let bijvoorbeeld op het ritme, de natuurlijke pauzes, de op- en neergaande melodie van je gesproken woorden. Probeer daar nu een melodie van te maken door het met je akkoorden te zingen. Maak aanpassingen totdat je iets hebt dat je leuk vindt. Je hoeft niet bij je eerste idee te blijven. Blijf ermee experimenteren totdat je het leuk vindt.

Eventueel kan je ook beginnen met een melodie neurieën over je akkoorden heen, wellicht kom je iets leuks tegen. probeer hierin te varieren met de toonhoogtes van de melodie. Ga van laag naar hoog of van hoog naar laag. Verander een stijgende lijn in een dalende lijn en vice versa. Ditzelfde kan je doen met het ritme. Als een noot kort is, houd hem dan eens langer vast, als hij lang is, splits hem dan in kortere noten. Als laatste (of eerste) kan je kijken of het wellicht leuk is om de zin niet op de eerste tel te beginnen, maar wellicht op de tweede, derde of bijvoorbeeld daar tussenin.

Dit zou je wat melodie-ideeën moeten geven en een plek om een ​​nieuw eigen nummer te beginnen. Het leuke is om het veel te veranderen om te zien waar je mee eindigt.

Waar het lied aan moet voldoen

  • Het lied bestaat uit minimaal 1 refrein en 2 coupletten dat met akkoorden wordt begeleid

  • Het lied is één geheel (muziek en tekst passen bij elkaar)

  • Iedereen neemt deel aan de uitvoering

Opdracht in stappen

Stap 1: Lees de gehele bovenstaande tekst door.

Stap 2: Bepaal het onderwerp en een titel

Stap 3: Maak een routekaart

Stap 4: Schrijf de tekst

Stap 5: Zoek een bepaalde emotie die bij je tekst past.

  • Maak een afweging tussen de opties bij het kopje Emotie

  • Dit zorgt er later voor dat je makkelijker keuzes kan maken.

Stap 6: Lees het stuk over de akkoorden en maak een akkoordprogressie welke jullie goed vinden klinken

Stap 7: Maak een melodie bij je tekst

  • zorg ervoor dat deze goed bij de akkoorden past.

  • Begin met een toon die in het eerste akkoord zit

  • Maak niet al te grote sprongen

Stap 8: Oefen met je groepje het nummer

  • Iedereen neemt deel aan de uitvoering

  • de akkoorden worden door minimaal 1 iemand gespeeld op piano of gitaar.

  • Wellicht is het leuk om ook andere instrumenten toe te voegen. Vraag hierover bij je docent.

Stap 9: Je nummer opnemen en inleveren.

Tips!

  • Maak het jezelf niet te moeilijk door een korte akkoodprogressie te kiezen, en die te herhalen. Wel kan je voor een refrein bijvoorbeeld een andere volgorde gebruiken

  • Blijf binnen de toonsoort

  • Speel de akkoorden veelvuldieg op piano, neurie mee, en zie wat eruit komt. Blijf vooral experimenteren!

  • Gebruik je oren! Je hoort echt wel of iets wel of niet past bij de akkoorden.

  • Begin je melodie met een toon uit het akkoord dat je speelt. daarna kan je experimenteren met andere tonen uit de toonsoort, maak geen grote sprongen!