Harmonieleer is de studie van hoe akkoorden worden gecreëerd en gebruikt in muziek, en hoe ze samenwerken om akkoordprogressies te vormen. Het omvat het begrijpen van akkoorden, toonladders, modulaties, progressies en hoe ze worden toegepast in composities. Als opdracht ga je een lied analyseren, waarmee je laat zien de stof te beheren.
Akkoorden: Akkoorden zijn groepen van drie of meer tonen die tegelijkertijd worden gespeeld. Ze worden meestal opgebouwd uit tertsen.
Akkoordsymbolen: Om die akkoorden te kunnen opschrijven hebben we akkoordsymbolen nodig. Dit zijn de tekens die worden gebruikt om akkoorden aan te geven. Wanneer er 'C' staat betekent dat dat je een C Majeur akkoord moet spelen. Cm of C- betekent C mineur. Wanneer er toevoegingen aan de akkoorden komt wordt het wat ingewikkelder. Zie deze lijst met alle symbolen.
Akkoordfuncties: Bepaald soort akkoorden brengen bepaalde spanningen of emoties met zich mee. Dit heeft te maken met dat sommige noten een bepaalde richting op willen oplossen, waardoor het logisch in het gehoor zou klinken. Speel maar eens een toonladder van C majeur, maar stop op de B. Het stuk voelt nog niet af, het is nog niet opgelost. Ditzelfde is het geval met akkoorden. "am - dm - G - ..."
Tonica biedt stabiliteit (I)
Subdominant zorgt voor beweging
Dominant leidt terug naar de tonica.
Wanneer je de progressie "am - dm - G - ..." wil dit oplossen naar de tonica (in dit geval C-majeur). Dit gevoel kan je versterken door een toevoeging aan de dominant toe te voegen, namelijk het dominante septiem (G7)
Toevoegingen: Naast de terts en de kwint wordt er binnen de jazz vaak, en soms ook binnen de pop, extra tonen aan het akkoord toegevoegd. Deze tonen worden ook wel toevoegingen of kleurtonen genoemd. Veel voorkomend zijn de septiem (7) en de noon (9). Dit betekend dat het de 7e of 9e trap van de bijhorende toonladder is. Deze toevoegingen kunnen extra kleur, smaken, spanning of emotie toevoegen aan de muziek. Een beetje zoals gesuikerde nootjes en karamel smaak toevoegen aan een softijsje.
Akkoordprogressies: Progressies zijn opeenvolgingen van akkoorden die worden gebruikt om de harmonische structuur van een muziekstuk te bepalen. Ze kunnen variëren in complexiteit en dienen om de melodie te ondersteunen en te verrijken.
Trappen: De opeenvolging van de akkoorden kun je opschrijven als trappen. Bij de toonsoort C, is C trap 1, dm Trap 2 enz.
Wanneer er akkoorden zijn die buiten de toonsoort vallen moeten er andere verklaringen gezocht worden. Zo kan er een zogenaamde tussendominant zijn voor een akkoord, is er wellicht een akkoord geleend uit de parallel toonsoort (Een Fm in de toonsoort C bijvoorbeeld) of is er getransponeerd naar een andere toonsoort.
Vreemde akkoorden
Sus akkoorden: Sus staat voor suspended. Hierbij wordt de terts uitgesteld. Er wordt vaak een in plaats van de terts een secunde of een kwart gespeeld, waarna deze oplost naar de terts. Bijvoorbeeld "Csus4 --> C" ("C, F, G --> C, E G")
Powerchords: Wanneer je geen terts hebt, dus alleen de priem en kwint van een akkoord noemen we dat een powerchord.
Tussendominant: Een tussendominant is een vaker voorkomende trap, waarbij het akkoord een vijfde trap van een opeenvolgend akkoord is. Het kan worden gebruikt om extra spanning toe te voegen aan een akkoordprogressie. Een voorbeeld; Als de zouden denken in de toonsoort C-majeur, met een akkoordprogressie "C - A7 - dm - G" dan zou de A7 niet binnen te toonsoort vallen. De A7 is echter de 5e trap van het akkoord dm. En dus een tussendominant.
Moll-dur: Het moll-dur (of mol-dur) akkoord is een geleend mineurakkoord uit de parallelle toonsoort. Bijvoorbeeld C en cm. Dit gaat meestal om een verlaagde vierde (IV) of tweede trap (II). Het zorgt voor een melancholische of romantische kleur en lost meestal op naar de dominant (V) of tonica (I).
Tritonus subititie: De tritonus-substituut is een septiemakkoord. Op zichzelf is dit geen speciaal akkoord, maar de plaats die het akkoord inneemt in een cadens of andere akkoordopeenvolging is bijzonder. vervangen door een septiemakkoord dat een tritonus hoger ligt dan de grondtoon van trap V.
Modulaties: Modulaties verwijzen naar het veranderen van toonsoorten binnen een stuk muziek. Dit kan worden bereikt door gebruik te maken van akkoorden die gemeenschappelijk zijn aan verschillende toonsoorten, waardoor een vloeiende overgang ontstaat.
Voor deze opdracht kies je zelf een nummer. Dit nummer ga je harmonisch ontleden om te begrijpen waarom het klinkt zoals het klinkt. Omdat we op zoek zijn naar specifieke harmonische verschijnselen, moet je nummer aan bepaalde eisen voldoen. Kies één van de volgende opties:
Een Popnummer:
Het nummer moet minimaal 6 verschillende akkoorden bevatten.
Het nummer moet een modulatie (verandering van toonsoort) bevatten.
Een Jazzstandard:
Kies een stuk uit het Real Book repertoire (bijv. "Autumn Leaves", "All the Things You Are", "Take the A Train").
Jazz zit harmonisch vaak complexer in elkaar, wat deze analyse interessanter (maar ook uitdagender) maakt.
Een Disneylied:
Veel Disneynummers zitten best lastig in elkaar. Waar moderne pop vaak uit loops van 4 akkoorden bestaat, gebruiken Disney-componisten tussendominanten, verminderde akkoorden en moll-dur (geleende akkoorden) om het verhaal te vertellen, wat deze analyse interessanter (maar ook uitdagender) maakt.
Ook worden de melodieën vaker beinvloed door de tekst, om zo de tekst nog beter tot hun recht te laten komen.
Meerdere oude Disney-nummers zijn opgenomen in het Real Book en zijn standaardrepertoire geworden in de jazzwereld.
Ook dit nummer moet minimaal 6 verschillende akkoorden bevatten.
Als eerste ga je op onderzoek uit waar het nummer over gaat, wie het heeft geschreven, enz. Daarna maak je een harmonische analyse waarin je de onderstaande stappen doorloopt. Gebruik bladmuziek of een leadsheet (tekst met akkoorden) als basis voor je aantekeningen.
Je bevindingen verwerk je in een kort verslag. Denk aan ongeveer 1 A4. De aantekeningen van je harmonische analyse niet meegenomen.
Als extra stap maak je een eigen akkoordprogressie van minimaal 16 maten, Je maakt hierbij gebruik van akkoordsymbolen, toevoegingen en minimaal 1 tussendominant. Je kan benoemen wat je hebt gedaan en kan de progressie spelen op een akkoordinstrument.
TIP: speel je progressie op een piano. Zo kom je er achter of het lekker klinkt.
Lever een verslag in waarin je de volgende stappen doorloopt. Gebruik bladmuziek of een leadsheet (tekst met akkoorden) als basis voor je aantekeningen.
Stap A: De Basis (Toonsoort & Akkoorden)
Bepaal de hoofdtoonsoort (Tonica) van het nummer.
Zorg dat alle akkoordsymbolen correct boven de maten of tekst staan. Let op toevoegingen zoals septiemen (7) of nonen (9).
Voorbeeld: Schrijf niet alleen C, maar Cmaj7 of Cm9 als dat gespeeld wordt.
Stap B: Functionele Analyse (Trappen)
Noteer onder elk akkoord welke trap het is, gebruikmakend van Romeinse cijfers (I, II, III, IV, V, etc.).
Geef bij de belangrijkste overgangen aan, met bijvoorbeeld gebruik van kleurtjes, welke harmonische functie het akkoord vervult:
Is het een rustpunt (Tonica)? (I)
Zorgt het voor beweging (Subdominant)? (II of IV)
Bouwt het spanning op die wil oplossen (Dominant)? (V of V7)
Stap C: De "Vreemde Eenden" (Buiten de toonsoort)
Zoek naar eventuele akkoorden die niet standaard in de toonladder van het stuk thuishoren en verklaar ze aan de hand van de theorie.
Tussendominanten: Is er een akkoord dat even de 'dominant' speelt voor een ander akkoord dan de tonica? (Bijv. een A7 die oplost naar Dm in de toonsoort C). Noteer dit als V van [doelakkoord].
Moll-dur (Geleende akkoorden): Kom je een akkoord tegen dat uit de parallelle mineurtoonsoort lijkt te komen? (Bijv. een Fm in een C-majeur nummer). Leg uit wat dit doet met de sfeer (melancholisch/romantisch?).
Tritonus Substitutie (Vooral bij Jazz): Is er een dominantseptiemakkoord vervangen door een akkoord dat een tritonus lager of hoger ligt?
Toevoegingen: Analyseer minimaal twee akkoorden met toevoegingen (7, 9, 11, etc.). Probeer te verklaren waarom deze "kleurtonen" hier gebruikt zijn. Maken ze het akkoord jazzy, dromerig of juist wringend?
TIP: Zie je een akkoord dat "raar" is en nergens bij lijkt te horen? Raak niet in paniek. Kijk altijd naar het akkoord dat erna komt. Vaak is het "rare" akkoord de dominant (de 5e trap) van het akkoord dat volgt.
Stap D: Modulatie
Je nummer bevat (als je optie 1 koos) een modulatie.
Wijs exact aan waar de toonsoort verandert.
Hoe wordt deze overgang gemaakt? Is het abrupt, of wordt er een "scharnierakkoord" (een akkoord dat in beide toonsoorten voorkomt) gebruikt?
Stap E: Conclusie
Beantwoord deze twee vragen;
Wat is het effect van de gebruikte harmonie op de luisteraar?
Ondersteunen de akkoorden de tekst of de emotie van het nummer? (Bijvoorbeeld: Op het woord 'verdriet' wordt een moll-dur akkoord gebruikt, wat de trieste lading versterkt.)
Je cijfer wordt gebaseerd op:
Correctheid van akkoordsymbolen en trappen. Kloppen je Romeinse cijfers en akkoordsymbolen bijvoorbeeld bij de toonsoort?
Zit er diepgang van de theorie in je verslag. Heb je termen als tussendominant, moll-dur of tritonus substitutie correct toegepast en herkend?
Begrijp je de relatie tussen de theorie (de wiskunde van de muziek) en de emotie (wat je hoort)?, en weet je deze ook goed te verwoorden?
Voldoet je verslag aan de eerder genoemde eisen uit de opdracht?